We zijn uitgenoedeld, gerijst en gereisd
Vandaag zijn we vertrokken uit Sihanoukville. De rit naar Bangkok leek eindeloos vol met gekapseizde vrachtwagens, norse en trage douanebeamten, kamikaze-minibusjes zonder vering en met verrotte versnellingsbak, maar naar ruim 12 uur waren we dan eindelijk in Bangkok voor onze laatste twee nachten voor we donderdag- op vrijdagnacht vertrekken richting huis. Je zou denken: 'Who's gonna fly on Friday the 13th?'. Nou, wij dus. Vrijdagochtend a.s. landen we in de ochtend, met een overstap in Londen, weer op Nederlandse bodem. Als alles goed gaat tenminste.
We zijn 27 weken onderweg geweest, hebben 7 verschillende landen bezocht, hebben onze backpacks in 90 verschillende plaatsen opgeritst en hebben 22.000 km over land afgelegd.
We hebben de afgelopen paar dagen een review geprobeerd te maken van al onze ervaringen en belevenissen en een persoonlijke top 5 samengesteld.
Robert:
- Skydiven en alle andere extreme outdoor activiteiten, Nieuw Zeeland
- Zeilen bij de Whitsundays, Australie
- Schitterende busreis tussen Vang Vieng en Luang Prabang, Laos
- Zitten bij Jim's Place en kijken wat er nu weer binnenkomt, Penang
- Gratis kampeerplekjes aan het strand, oostkust van Australie
Annemarie:
- Tongariro Alpine Crossing, Nieuw Zeeland
- Onze tocht door de Outback, Australie
- Angkor Wat Heritage Area, Cambodja
- Treinsreis Bangkok-Nong Khai, Thailand
- Wijngaarden in Nieuw Zeeland en Australie
Sommige dingen lijken alweer zo lang geleden en we zouden met geen mogelijkheid de vraag: 'Hoe was het?' kunnen beantwoorden, anders dan 'onbeschrijvelijk' of 'waar?'.
Maar er is een tijd van komen en een tijd van gaan en voor ons betekent gaan terug naar huis. Best een dubbel gevoel, maar we hebben al weken trek in:
- een bruine boterham metkaas
- zwartwitjes en andere dropjes
- haring met uitjes
- vette zooi uit de snackbar met pindasaus en mayonaise
- stukje oude kaas met mosterd
- een Turkse pizza uit Gouda met alles erop en eraan
- water uit de kraan drinken
- pan Surinaamse bruine bonen
- koelkast vol met flesjes Heineken
- een lekkere bak koffie uit onze eigen koffiemachine
en het is tijd om na ruim 6 maanden Rob en Anna te zijn geweest, weer Robert en Annemarie te worden.
Nogmaals willen we iedereen bedanken die een financiele bijdrage heeft gedaan aan onze reis. Met nameWim enDinie die onze tickets betaald hebben en ons hier en daar in Nieuw Zeeland mee uit eten hebben genomen. Remember.. Speight's Ale House?Cheers!
Daarnaast natuurlijk ook iedereen die ons gevolgd heeft via dit reisblog. Bedankt voor al jullie reactie en dat jullie ons niet vergeten zijn hier aan de andere kant van de wereld. Cheers!
Wij zijn als alles meezit vrijdag vroeg in de middag op de Cornelis van Haarlemlaan. We staan echt te popelen om iedereen, vrienden, familie en met nadruk Isabelle eindelijk (weer) in levende lijve te zien, dus bij deze is iedereen vrijdag welkom. Helaas hebben we zelf nog geen boodschappen kunnen doen en zal, buiten een kopje Laotiaanse thee, de koelkast niet uitpuilen, dus BYO is recommended. Tot vrijdag!
Cheers!
Rob en Anna
Battambang, Phnom Penh en Sihanoukville
Jullie hebben allemaal de foto al mogen aanschouwen van Robert die gefrituurde krekels eet. Annemarie was nog een beetje aan het bijkomen van haar voedselvergiftiging, dus heeft ze voor deze keer overgeslagen, maar ze eten die dingen hier net als wij een handje pinda's. Echt waar!
Battambang is net als Kratie nog een opkomende bestemming in Cambodja. De plaats zelf is niet zo heel erg boeiend, maar de omgeving maakt dat ruimschoots goed. We zijn wederom met de tuktuk de hele dag op stap geweest. Als eerste zijn we een ritje gaan maken met de Bamboo Train. Dit is één van de weinige plaatsen in Cambodja waar dit nog kan en ze zijn er een beetje een toeristische attractie van aan het maken. Er ligt een smal spoor, overgroeid met onkruid en een beetje vervormd hier en daar. Ze rijden er op met een bamboe-platform aangedreven door een motor van een grasmaaier. En het gaat flink hard, een soort achtbaan die alleen maar rechtdoor gaat en als er tegenliggers aankomen die groter zijn, moet het hele zooitje uit elkaar gehaald worden. We hebben vreselijk gelachen! Na een ritje van 40 minuten zijn we verder gegaan naar de Phnom Banan. Het landschap rond Battambang is super vlak met hier en daar ineens een heuvel, zoals de Phnom Banan dus (Phnom betekend heuvel in het Khmer). 358 traptreden en een pre-Angkoriaanse tempel op de top die ze een mini-Angkor Wat noemen. De enige gelijkenis die we konden vinden was dat ook deze tempel vijf torens heeft, maar daar houdt het dan ook wel op. Wel een mooi uitzicht op de rijstvelden! Vanaf de Phnom Banan zijn we via dirtroads tussen de rijstvelden naar de Phnom Sampeau gereden. Hier stonden we voor het eerst in oog in oog met de gruweldaden van de Khmer Rouge. In deze heuvel zijn namelijk een aantal grotten, die nu bekend staan als de Killing Caves. Tegenstanders van de Khmer Rouge werden hier gemarteld en door gaten in het dak naar beneden gegooid, heel bizar. In dezelfde grotten zitten ook een heleboel vleermuizen. De Cambodjanen zeggen: like Chinese, so many bats' en inderdaad het waren er echt enorm veel. Het duurt een uur voor dat ze allemaal zijn uitgevlogen na zonsondergang!
Na Battambang zijn we richting Phnom Penh gegaan. De eerste stad sinds Bangkok met meer dan een miljoen inwoners, maar in verhouding voelt het nog steeds als een groot dorp, maar dan wel met heel heel heel veel scooters! Verder hebben ze er ook last van een Lexus-mania, de één na de ander komt langs rijden. De eerste dag zijn we een beetje luchtig begonnen met het Royal Palace en de Silver Pagoda. Het Royal Palace lijkt best veel op die in Bangkok, maar wel mooi. De Silver Pagoda is een ander verhaal, die is echt uniek. De vloer is namelijk helemaal betegeld met zilveren tegels van elk één kilo, ze hebben er grotendeels kleden overgelegd, maar je loopt er dus gewoon overheen. Verder staat het helemaal vol met waardevolle Boeddha-beelden. Eén is mansgroot, ingelegd met meer dan 2000 edelstenen en van 90 kilo puur goud. We krijgen wel een beetje het gevoel dat Boeddha het toch niet helemaal zo bedoeld heeft met die pracht en praal.
De tweede dag was wat minder luchtig aangezien er in Phnom Penh ook een aantal bezienswaardigheden zijn uit de gruweltijd van de Khmer Rouge. We hebben eerst een tuktuk genomen naar de Killing Fields, net buiten Phnom Penh. Hier werden de gevangenen vermoordt die in de Tuol Sleng gevangenis(S-21) vast hadden gezeten. Niet alleen soldaten en tegenstanders van het regime, maar ook vrouwen, kinderen en babies. Er zijn overal nog putten zichtbaar waar de massagraven zijn geweest en tijdens het regenseizoen komen er nog steeds botfragmenten en kledingstukken naar de oppervlakte. Er is nu een klein museum en er staat een herdenkingspagode, die vol ligt met kledingstukken en schedels. Terug in de tuktuk waren we er flink stil van. Vervolgens zijn we naar het Tuol Sleng Genocide Museum geweest. S-21, één van de vele gevangenissen tijdens het regime van de Khmer Rouge, waar mensen werden gemarteld en gevangen gehouden. Een paar dagen voordat wij in Phnom Penh waren aangekomen is één van de eerst kopstukken van de Khmer Rouge, Duch, de voormalige directeur van S-21 veroordeeld. De eerste sinds dat dit allemaal tussen 1975 en 1979 gebeurd is en ook de enige van de overgebleven Khmer Rouge-leiders die berouw heeft getoond. Hierna waren we wel weer toe aan wat luchtigs en hebben het National Museum bezocht, vol met beelden uit de Angkoriaanse tijd en hebben we de dag afgesloten bij één van de vele terrassen langs water op de Sisowathkade.
Nu zijn we in Sihanoukville, onze laatste bestemming in Cambodja voor we teruggaan richting Bangkok voor onze vlucht naar Amsterdam. We gaan hier lekker nog een paar dagen van het strand genieten en hopelijk nog een beetje aan onze tan werken!
Cheers!
Kratie, Siem Reap en Angkor Wat
De grensovergang tussen Laos en Cambodja was niet zo soepel als die tussen Thailand en Laos.... we werden netjes met een longtailboat vanaf ons guesthouse teruggebracht naar het vasteland, toen bleek de bus vanuit Pakse ergens met pech te staan, vervolgens duurde het nog zeker drie kwartier voor ze dachten van 'Oh, misschien moeten we dan wat anders regelen' en werden we met minibusjes naar de grens gebracht. We hadden al het één en ander gehoord over deze grensovergang, dat ze overal geld voor willen zien en dat het afhankelijk was van wat ze nodig hebben ze een bedrag vragen, maar gelukkig was het allemaal aardig gestroomlijnd. US$2 voor je departure-stempel bij de Laotiaanse immigratie, 100 meter met je tas door niemandsland sjouwen,US$1 voor één of andere medische check-up, vervolgens het visum US$23 en dan nog voor de laatste keer US$1 voor de arrival-stempel bij de Cambodjaanse immigratie.... en toen maar weer wachten op een bus die ons verderop zou brengen. Inmiddels maken we ons allang niet meer druk om dit soort dingen en ja hoor, na een uurtje ofzo kwam er een bus aan.
We waren blij dat we de bus hadden geboekt tot aan Kratie, want Siem Reap was nog negen uur verderop en inmiddels was het al vier uur 's middags! Kratie is niet zo heel bijzonder, maar wel een leuke plek om de reis te breken. We hebben de volgende dag een fiets gehuurd en zijn de Mekong overgestoken naar het riviereiland, Koh Trong. Leuk om even een rondje te rijden, maar er gebeurd er vrij weinig, net als in de rest van Kratie, dus na twee nachten zijn we verder gegaan naar Siem Reap en de tempels van Angkor Wat.
Na negen uur Cambodjaans karaoke en foute Chinese films waren we blij dat we er waren. Landschap van Cambodja is trouwens het tegenovergestelde van Laos, daar is alles bergachtig, Cambodja in net als Nederland een platte pannekoek met rijstvelden ipv weilanden en heel veel water. De eerste dag in Siem Reap hebben we een beetje door de plaats gelopen, overdag flink uitgestorven, maar 's avonds is het in de omgeving van de Pub Street erg gezellig.
Na een dagje niksen, stonden we om 8 uur 's ochtends klaar om naar Angkor WatArea te vertrekken. Als eerste zijn we naar de Angkor Wat geweest, die met die vijf torens. Supermooie tempel, we zullen jullie niet vervelen met alle details en hopelijk snel wat foto's uploaden, die spreken voor zichzelf. We hebben er bijna drie uur rondgelopen. Na Angkor Wat hebben we twee tempels bezocht die half door de jungle verzwolgen zijn, de namen zullen we jullie besparen, maar één is decor geweest voor Tomb Raider, die met al die bomen op de muren dus. Na nog een pyramide-achtige tempel, zijn we naar Angkor Thom gegaan, die voormalige koninklijke stad. Alleen de poorten en de tempels staan er nog, de rest is ook hier verzwolgen en verdwenen in de jungle. Hier staat de Bayon, bekend om zijn 54 torens met op elke toren vier gezichten van, ja onthoudt voor scrabble, de Bodhisattva Avalokiteshvara, die met een serene glimlach naar alle hoeken van het Khmer Rijk kijkt.
Terug bij het guesthouse werd Annemarie niet lekker, waarschijnlijk heeft ze voedselvergiftiging opgelopen, iets met ansjovis en spijkers, don't ask, maar ze voelde zich flink beroerd. Gelukkig was er een aardig Nederlands echtpaar die ons van een flinke voorraad ORS en een kuurtje konden voorzien. We hebben het nog een dag aangekeken, maar aangezien we een pas hadden voor drie op-één-volgende dagen, is Robert de laatste dag alleen op pad gegaan voor de tempels van het grote circuit en de tempel van Banteay Srei. Ook deze tempels waren zeker het bezoeken meer dan waard, dus Annemarie baalde wel een beetje. Ach, gelukkig hebben we de foto's nog!
Vandaag zijn we doorgegaan naar Battambang. Hier blijven we twee nachten en gaan we morgen samen weer op pad naar een aantal tempels in de omgeving en de Bamboo Train, maar dat is voer voor de volgende keer!
Cheers
Lao PDR (Please Don't Rush)
Na al een kleine selectie foto's van onze reis in Noord-Laos, eindelijk ook een reisverhaal van Laos nu we op het punt staan richting Cambodja te vertrekken.
We zijn begonnen in Vientiane, de hoofdstad, ongeveer 20 kilometer van de grens met Thailand. Vientiane is de meeste relaxte hoofdstad die we ooit gezien hebben, er gebeurt vrij weinig en er zijn eigenlijk maar twee hoofdstraten. Het was een hele fijne kennismaking met Laos, de mensen zijn zo aardig en nog niet zo verpest als in Thailand. We zijn de eerste dag naar de Patuxai, Laotiaanse Arc de Triomphe, gelopen. Niet echt een mooie kopie, hij is geheel van beton, maar het is een belangrijk Laotiaans monument. De tweede dag hebben we een scooter gehuurd en zijn samen met een ander Nederlands meisje richting Xieng Khuan (Buddha Park) gegaan, ongeveer 25 kilometer buiten de stad. Iemand heeft daar zijn volledige fantasie losgelaten op, wederom, beton en het staat vol met beelden van Boeddha en Hindoeistische figuren, zolas Shiva en apsara's. Zo'n scooter is niet helemaal ons ding hebben we besloten, dus de volgende dag hebben we een fiets gehuurd en zijn richting de Pha That Luang gefietst. Een gouden stoepa omringd door kloosters en het is het belangrijkste monument van Laos. Zoals gewoonlijk, PDR, hij ging 20 minuten te laat open. Na een noedelsoepje zijn we op zoek gegaan naar een traditionele Laotiaanse sauna. Heerlijk! We kregen een beeldige sarong om en daarna mochten we zoveel rondjes als we wilden in een stoomkamer. Er onder brandt een vuur met een ketel kokend water met allerlei kruiden. Lekkere bakkies thee drinken tussendoor en als toetje een massage van een uur. Wezijn lekker gekraakt!
Vanuit Vientiane zijn we richting Vang Vieng gegaan. We konden ons niet zo heel goed een voorstelling van Vang Vieng maken. Alleen dat je er kunt 'tuben' (je ziet de tubing-shirts door heel Azië). Tuben is met een binnenband van een tractor de rivier afvaren en je binnenlaten hengelen bij barretjes voor buckets, swings en waterslides. Maar wat bleek, het is er ook nog een keer supermooi, het landschap vol met rijstvelden, kleine riviertjes en grotten in het karstgebergte. We zijn één dag gaan tuben, meer dan genoeg! Maar het was erg gezellig en ook al zouden we het niet meer doen, ons toch weer laten verleiden tot een paar buckets. Ook hier hebben we een dag een fiets gehuurd en zijn tussen de rijstvelden en de loslopende koeien op zoek gegaan naar de Blue Lagoon, erg verfrissend! We hadden een meer dan relaxt guesthouse met bungalows met uitzicht op de rijstvelden, super!
Vanuit Vang Vieng zijn we doorgereisd naar Luang Prabang. Een busrit van meer dan 6 uur over maar 250 kilometer, dwars door de bergen. Luang Prabang is de oude koningsstad en staat op de werelderfgoedlijst van Unesco. Ook hier was de sfeer erg relaxt, het wordt bijna saai, niemand valt je lastig. Behalve de tuktuk-drivers dan misschien, als je geen tuktuk wilt, willen ze je gelijk opium en wiet verkopen, rare snuiters! We zijn naar een paar tempels geweest, oa de Wat Xieng Thong en de tempels op de Phu Si-heuvel, allemaal goud wat er blinkt! Verder zijn we naar het Royal Palace Museum geweest, waar ook de Pha Bang ondergebracht is. Dit is het belangrijkste Laotiaanse-Boeddhistische beeld en ze zijn als de dood dat de Thai hem jatten, dus waarschijnlijk hebben we een kopie gezien en is het orgineel ergens achter slot en grendel. De laatste dag hebben we lekker bij de watervallen van Kuang Si gerelaxt. Supermooi, allemaal kleine terrassen waar je in het blauwe water kon zwemmen en ze hebben er een opvangcentrum voor moon bears, grappige mini-beren.
Nadat we Nederland van Uruguay hadden zien winnen, hebben we besloten terug te gaan naar Vang Vieng om daar de finale te kijken. Goede gok, want er waren een hoop Nederlanders. Jammer genoeg.... meer hoeven we niet te zeggen, maar natuurlijk zijn we erg trots dat ze in de finale stonden. In Vang Vieng hebben we niet veel uitgespookt, beetje lummelen bij de bungalow met uitzicht op de rijstvelden, in het riviertje zwemmen achter het guesthouse, kaarten en baguettes eten, we konden niet wegkomen!
Vanuit Vang Vieng zijn we via Vientiane naar Pakse gegaan, in het zuiden van Laos. Wederom een nachtbus, een VIP Sleepersbus. Oké, wat moeten we ons daar nu weer van voorstellen. Een bus vol met anderhalfpersoons-stapelbedden, echt waar, heel apart, maar opzich hebben we best lekker geslapen. In Pakse hebben we de eerste dag niet zoveel gedaan, even wat slaap ingehaald en lekkere koffie gedronken, want de koffieplantages liggen in de buurt. De dag erna zijn we op een volledige dagexcursie gegaan richting het Bolaven Plateau. Dat was even wennen, normaal doen we niet zoveel op één dag. We zijn naar een aantal watervallen geweest, op een organic theeplantage, een heleboel koffiebonen gezien en we zijn in een Mon-Khmerdorp geweest, één van de minderheden in Laos. Normaal houden we niet zo van apies kijken, maar er ging van ons tourgeld 1 USD p.p. naar de bouw van een nieuwe basisschool. Ze vonden ons ook erg interessant en we hebben allebei nog een traditionele pijp gerookt, foto's volgen.
Nu zitten we in een gebied wat ze '4000 Islands' noemen, vlakbij de grens met Cambodja. De Mekong waaiert hier uit in een binnendelta met allemaal kleine eilandjes. Er is niet zo heel veelmeer te doen dan liggen in je hangmat met uitzicht op de Mekong. We zijn nog wel met een fiets, waarvan de ketting er continue afliep en de banden plat waren aan het einde van de dag, het eiland Don Khon rondgegaan. Watervallen kijken en lekker stuiteren op de fietspaden. Vanuit hier gaan we morgen of overmorgen door naar Kratié, Cambodja. Laos is echt super relaxt en echt een aanrader, maar we zijn weer toe aan een nieuw land en een nieuw avontuur.
Cheers!
Doing a Charley Boorman: Thailand
We hebben de afgelopen twee weken Thailand van zuid naar noord doorkruist op z'n Charley Boormans (van 'Long Way Down' en 'By Any Means').Misschien niet helemaal met elk vervoersmiddel voor handen, maar in ieder geval niet gevlogen en daarbij ooknog ruim een week op het strand gehangen in de Thaise Golf.
Vanaf Langkawi hebben we de boot gepakt naar het Thaise vasteland, Satun wel te verstaan. Vanuit Satun hadden we eigenlijk geenecht plan waar we heen wilde, dus we zijn in Krabi terecht gekomen. Daar was niet zo heel veel te beleven en aangezien we maar eenvisum hadden voor twee weken zijn we na twee nachten doorgereisd naar Koh Samui. Met een minibus, nog een minibus, grote bus, ferry, songtaew en na een uurtje of zeven waren we dan eindelijkin Mae Nam, Koh Samui. Superleuke bungalow gevonden vlakbij het strand en een kroeg op de hoek om voetbal te kijken, hoe relaxt! Na vier dagen relaxen opKoh Samui, met Koh Pha Ngan op de achtergrond, hadden we wel trek gekregen in een bucket (Thaise whisky of wodka met frisdrank voor 200B). Dus wehebben de ferrygepakt naar Koh Pha Ngan en ons direct naar Had Rin begeven. Had Rin is wereldberoemd, want daar wordt de Full Moon Party gehouden en het puilt dan ook uit van de barretjes en beachclubs. Een beetje Chersonissos in Thailand.Na een avondje aan de 'bucket' hebben we besloten dat we liever een biertje drinken, maar het was erg gezellig.
Na vier nachtenKoh Pha Ngan moesten we soort vaart maken, omdat ons visum bijna verliep. Helaas konden we niet voor de Full Moon Partyblijven en zijn wederom met de minibus, ferry, gewone bus, tuktuk en de nachtbus, richting Bangkok gegaan. Daar hebben we nog een dag een beetje gechilldin de buurtvan deKhao San Road. Tweedehands Lonely Planet op de kop getikt, Singha shirt gekocht enlekkere mangoshakes gedronken. Vanuit Bangkok hebben we de nachttrein naar Nong Khai genomen. Een hele belevenis. Op het station moest Robert even slikken toen hij alle backpackers de 2e klaswagon met airco in zag gaan, maar achteraf waren we superblij met onze 2e klaswagon met fan en open raam. Robert had een heerlijke windje de hele nacht, wel inclusief vliegen en motten die naar binnen kwamen vliegen, en Annemarie had zichzelf opgeofferd om in het bovenbedje te gaan liggen met de fan, ook niet verkeerd. Na aankomst in Nong Khai konden we gelijk door naar de grens met Laos, maar we waren een beetje brak en zijn nog een nachtje in Nong Khai in een guesthouse gebleven. Het guesthouse zat aan de Mekong Rivier en het is best een beetje raar om je te realiseren dat aan de overkant van die Mekong Laos ligt. De Mekong is op dit moment namelijk net zobreed als de Lek!
Vanochtend hebben we nog lekker ontbeten en zijn toen onderweg gegaan naar de Thai Lao-Friendship Bridge. We dachten dat het misschien nog wat bureaucratie met zich mee zou brengen, maar alles ging soepel en hebben we er ruim een uur overgedaan van het guesthouse in Nong Khai tot het guesthouse in Vientaine. En niet te vergeten, we hebben het voor het eerst een echt visum in ons paspoort geplakt gekregen!
We hebben onzettend veel zin in Laos! En het eerste wat ons opviel hier, het is hier zo relaxt! Hopelijk kunnen we vandaag of morgen nog wat foto's uploaden van Thailand en over een week of anderhalf een heel nieuw verhaal, over een nieuw avontuur in een nieuw land.
Cheers!
Penang en Langkawi
Vanaf de Cameron Highlands zijn we met de bus richting Georgetown, Penang gegaan. Het laatste stukje hebben we met de ferry gedaan en na een uurtje of zes reizen, stonden we in het centrum van Georgetown. Nu nog een hostel zoeken. We hadden deze keer voor het eerst een paar keer pech. Vol of best wel duur, maar gelukkig was er nog een kamer bij Jim's Place en we hadden het niet beter kunnen treffen.
Jim is wereldberoemd op Penang en op de eilanden in Zuid Thailand. Verder regelt hij ook visa voor Thailand en er komen voornamelijk Europeanen die in Thailand wonen bij hem om een hun visa te verlengen. Wat een volk! De volgende mensen hebben de revue gepasseerd: een gepensioneerde Zweedse operazanger, een Michael Jackson-imitator uit Zanzibar, een Fransman die tijdens een LSD-trip ontdekt heeft dat hij Boeddha is, oudere mannen die vanaf 's ochtends half elf grote flessen Tiger zaten te drinken, enzovoort. Hoe dan ook, een kleurrijk gezelschap en Jim is de goeroe die het hele spul samenbrengt.
In Georgetown hebben we een dag besteedt aan koloniale gebouwen, het Penang Museum en Fort Cornwallis. De overige twee dagen hebben we de Kek Lok Si Temple, grootste Chinees Boeddhistische tempel in Maleisië, en het Penang NP bezocht. Vooral de laatste was een groot succes, warm, jungle, nog warmer, apen, heel erg warm... zegt genoeg.
Vanaf Georgetown zijn we met de ferry overgevaren naar Langkawi. Nou ja, ferry, meer een uit de kluiten gewassen speedboot en we waren blij dat we nog niet ontbeten hadden. Vanaf de haven zijn met een taxi richting Pantai Cenang gegaan en ons guesthouse. Relaxte kamer met een zitje, een eigen badkamer en een huisdier (een rode kater).
Langkawi staat bekend als 'Permata Kedah' (juweel van Kedah). Misschien een klein zirkoniaatje dan. Oké, het strand is wit met palmbomen, de kleur van de zee is turquoise, maar er is net een te hoog 'pizza en spaghetti'-gehalte. Wel lekker drie dagen op het strand gehangen en aan onze tan gewerkt.
Morgen gaan we verder richting de Thaise grens. We weten nog niet precies waar we terecht gaan komen, waarschijnlijk Krabi, maar dat horen jullie in het volgende verhaal.
Cheers!
Cherating, Taman Negara en Cameron Highlands
Na een laatste, vooral regenachtige, avond in Kuala Lumpur zijn we in de ochtend richting het busstation gegaan voor de bus richting Kuantan. Natuurlijk waren we weer precies op tijd, de bus ging een kwartier later al weg, anders hadden we de hele dag nog moeten wachten.
Aangekomen in Kuantan zijn we op zoek gegaan naareen local bus die ons in Cherating kon droppen. Dat was een hele belevenis, alle locals apies kijken, wij apies kijken. Na ruim een uur waren we in Cherating en zijn we op zoek gegaan naar een leuk guesthouse. We kwamen terecht in een houten chalet met eigen badkamer en veranda, super! Cherating is een laidback badplaats waar je een beetje Malay surfculture hebt. Strand was al een stuk beter dan in Port Dickson en het water vooral veel schoner. We zijn lekker vier nachten blijven plakken, met de nadruk op plakken, want het was er flink warm en de fan kwam niet echt door de klamboe heen. We konden er heerlijk vis, garnalen en calamari in een bananenblad van de BBQ krijgen voor 5RM per 100gr. Waar kan je dat in Nederland krijgen, behalve in je eigen achtertuin misschien. We hebben niet alleen maar op het strand gehangen, maar ook avondexcursie gedaan met een fireflyboat. Dat is maar met één woord te beschrijven: magisch! Zodra het donker was zijn we met een klein bootje de mangrove in gegaan en toen we de bewoonde wereld achter ons hadden gelaten, lichtte de ene naar de andere boom op alsof ze versierd waren met kerstverlichting. Ze vlogen overal om ons heen en je kon ze heel voorzichtig vangen en in de palm van je hand houden. Een bijzondere ervaring.
Na het strand zijn we doorgereisd naar Jerantut. Daar is zelf niet zoveel te beleven, maar het is de gateway tot de Taman Negara, één van de oudste regenwouden op aarde. De volgende ochtend zijn we met een longtailboot richting het national park gevaren. Tocht van ongeveer drie uur waarbij we apen en vooral veel waterbuffels hebben gezien. Bij aankomst in het plaatsje bij het national park bleek dat we al behoorlijk reiswijs zijn geworden. Dat wil zeggen, we laten ons niet zo maar afzetten met één of andere smoes dat de local bus toch niet komt en dat er een hele rij voor de Canopy Walkway staat en dat we beter de boot voor 50RM kunnen nemen. We hebben dus maar gewoon de watertaxi voor 1RM pp gepakt en zijn gewoon gaan lopen naar de Canopy Walkway, niks geen rij, we konder er zo op. De Canopy Walkway zijn een aantal houten touwbruggen verbonden via platforms in bomen. Erg leuk, maar je moet geen hoogtevrees hebben. Een paar mensen dachten dat Robert dat wel had, want hij liep flink over de planken te stampen, maar nee, he's just a little bit wild. Op ons gemak zijn we door de jungle teruggelopen naar de jetty voor de watertaxi terug naar de overkant. Daar hebben we nog even een drankje gedaan en vervolgens de bus opgezocht, die gewoon ging en zels een echte dienstregeling had.
Vanuit Jerantut zijn we met een minibusje naar Tanah Rata in de Cameron Highlands gegaan. Beetje buiten onze principes om, want we willen zoveel mogelijk met lokaal transport doen, maar we zagen geen andere goedkopere of snellere optie. Aangekomen in de Cameron Highlands werden we afgezet bij een guesthouse, wat eigenlijk best wel oké is en zijn we het plaatsje even ingegaan voor een banana leaf meal en chicken tandoori. De Cameron Highlands liggen op max. 1600 meter boven zeeniveau en dat merk je flink aan de temperatuur, dus lange broek aan en 's avonds zelfs een trui. Vandaag zijn we met een tour langs een theeplantage, een bee-farm met local market, een strawberryfarm, een Chinese tempel, een rosegarden en een butterflyfarm gegaan. Super leuk om te zien wat ze allemaal verbouwen hier, van thee tot groente en bloemen. In de butterflyfarm hadden ze naast vlinders ook een heleboel ander gespuis. Grote torren, slangen, geckos, wandelende takken en schorpioenen. Robert heeft laten zien dat hij de Scorpion King is, met twee op zijn schouders en één op zijn hoofd. Annemarie kon natuurlijk niet achterblijven, maar dan wel alleen op haar hand.
Morgen gaan we door richting Penang. Wederom zes uur in de bus, maar zo eerst een biertje drinken en Annemarie gaat haar voeten laten masseren (voetreflex). Foto's uploaden is tot nu nog niet echt gelukt, maar beloofd, zodra we een snelle internetverbinding hebben en vooral een USB-aansluiting dan zetten we snel wat online.
Melaka, Port Dickson en Kuala Lumpur
Vanuit Singapore hebben we de bus genomen naar Melaka. Alles ging soepel bij de grensovergang, alleen vond de douanebeamte in Singapore dat Annemarie wel een beetje was veranderd.... je bedoeld haar in een staart en geen make up :-)
Melaka is echt super leuk. We waren er in het weekend en dan is er elke avond een Night Market waar ze allerlei prullaria en lekkere snacks verkopen. Ook is er een optreden van een Chinese dokter met een 'magical kungfu finger', wereldberoemd in Melaka. Hij slaat zijn vinger dwars door de schil van een kokosnoot en moet daarna behandeld worden met magische olie, die alle Chinese toeschouwers dan ook maar al te graag willen kopen. Die geloven echt alles!
Verder is Melaka onder het juk geweest van de Portugezen, de Nederlanders en de Engelsen en kan je daar ook nog het eea van terug zien, zoals het Stadhuys, een poort van een Portugees Fort, wat kerken met Nederlandse grafstenen en een replica van een Portugees Schip. We hebben elke dag iets gedaan, want het was echt veel te warm om overdag meer dan twee stappen het hostel uit te zetten. Gelukkig vonden de rest van de medereizigers dat ook en was het tot in de late uurtjes erg gezellig. Ons hostel zat in Chinatown and that's what Melaka is all about, eten, eten, eten, eten, Chinees, Indiaas, Pakistaans, lokale specialiteiten (Baba-Nyonya, cendol, pineapple tart). Annemarie heeft in Chinatown ook nog haar haar laten knippen door een oude Chinese vrouw voor RM 10, een koopje en het is nog best goed geknipt ook en Robert heeft een birdseye-view gehad van Melaka in een soort pagode.
Na een paar dagen Melaka wilden we wel weer een paar dagen naar het strand. Port Dickson zou een leuke bestemming moeten zijn en het ligt tussen Melaka en KL. We hebben nog nooit in ons leven zo'n saaie badplaats gezien en ons hostel leek op een kruising tussen een schoolkamp en een gevangenis. Nu hebben we er niets op tegen om helemaal alleen op het strand te liggen, maar het strand was nou niet echt alles en de zee best wel vies, dus volgende dag maar gelijk door naar KL.
Kuala Lumpur is een mega grote stad en als Singapore groot en schoon is, is Kuala Lumpur groot en niet zo schoon. We zitten in gedeelte wat Golden Triangle heet, vlakbij de Petronas Towers en wederom een heleboel shoppingmalls. We zijn bij de Petronas Towers geweest, niet er in, zijn veel te lui om op tijd op te staan om een kaartje te bemachtigen, in de superdeluxe shoppingmall bij de Towers rondgestruind om een beetje af te koelen van de hitte, verder in Chinatown, we hebben waterpijp gerookt, natuurlijk heel lekker gegeten en Annemarie heeft zojuist door een stuk of honderd Dr. Fish de dode huidcellen van haar voeten laten eten.
Morgen gaan we naar de oostkust, richting Cherating en de Perhentian Islands. Hopelijk kunnen we daar lekker op het strand liggen.
Cheers